Deze keer: de Maya-ruines in Coba. Gelegen midden in de jungle en way less toeristisch dan Chitzen Itza. Mooier ook.
Een groot deel van de ruines zijn nog niet vrijgemaakt van de alles overwoekerende jungle. In tegenstelling tot de meeste Maya-sites in Mexico, mag je hier de grote pyramide wel beklimmen. Spijtig genoeg begon het vlak na het nemen van deze foto ongelooflijk te plensregenen. En toen we alle mensen op hun poep naar beneden zagen komen op de gladde trappen, was de goesting om de beklimming aan te gaan op ons teensletsen gelijk een beetje over.
Wij gaan er zwemmen in een cenote en varen, sport addicts als we zijn, het meer op voor een heuse kayaktocht. Onze gids Jorge, aka Captain Jack Sparrow op zijn Maya’s, is een stoere piraat/bioloog met (at least in onze ogen) gigantische tepelpiercings die elke zin start met een luide ‘Oh ma Gaud! Look at that!’.
Alle kleuren (wit, zwart en rood) mangroves worden gezien, veel vogels worden waargenomen (waarvan ik uiteraard als notior salonbioloog weinig tot geen namen herinner) en spijtig genoeg zitten er geen krokodillen.
Right. So far so good, rustig dobberen in de zon, windje in de rug, koekje eten en een enthousiast tetterende gids. Very fijnos en ontspannendos en al. Nu nog op het gemakske terugpeddelenos…
Dit is echter buiten de wind gerekend, die het laatste uur een serieus stukstjen is aangewakkerd, waardoor we nu met de wind op kop terug moeten varen naar ons beginpunt. Het spiegelgladde oppervlak van het meer is verdwenen en vervangen door een woelige zee (ok, mayby slight exgageration here).
‘Goh.’ zegt My fabulous boyfriend to his ever panicking girlfriend (oe, oe, that’s me!), ‘Er staat gelijk een beetje water in de boot.’ However, I have an image of ‘Sealion the adventuresse’ to live up to, dus denk ik bij mezelf: ‘Puh, aansteller’ en kwak lustig mijn peddel het water in.
Het wordt echter steeds moeilijker om vooruit te geraken en my fabulous boyfriend probeert inmiddels met volle overgave het decibelrecord van Maria Sharapova te breken *rolt met de ogen*.
Plotseling wordt ik opgeschrikt door de luidste ‘Oh ma Gaud! Look at that!’ van de dag en zie ik El Pirata met grote ogen achter me kijken. Ik waag het om een blik achterom te werpen en zie my fabulous boyfriend daar zitten met het water tot aan zijn ribbenkast, terwijl de achterkant van onze kayak reeds onzichtbaar is. Met een scheef lachje en lichtelijk in paniek probeert my fabulous boyfriend (ik moet dringend een kortere naam verzinnen) met zijn handen het water uit de boot te scheppen. Tevergeefs. ‘I’m below sea level’ zegt hij beteuterd.
Gelukkiglijk hebben de cocodriles er vandaag geen zin in, en zijn we bijna aan de oever. Bovendien zijn we nu weer another stoer story to tell rijker. Moeha!
Logeren doen we in ‘Hotel Colonial’ een klein en schattig hotelletje in (nee maar) koloniale stijl, waar de man achter de balie eveneens uit hetzelfde tijdperk stamt. Reçu’tjes worden hier nog geproduceerd op een eeuwenoude typmachine.
Volgens het boek zijn de Campechinos de vriendelijkste en hartelijkste Mexicanen. Dit blijkt ook. Waar de policia op andere plaatsen als stuurse macho’s rondtuffen in hun gigantische SUV’s, lachen de agenten hier (eveneens in hun gigantische SUV) alle kuiltjes in hun wangen bloot terwijl ze vrolijk van ‘toedeloe’ wapperen en hebben de mensen engelengeduld terwijl we in Jommekes-Spaans proberen duidelijk te maken wat we willen eten (om vervolgens iets totaal anders op ons bord te krijgen).
But heyos, we don’t caros, we’re on holidayos and having funos!
Kortom, het vakantiegevoel is officieel gearriveerd!
Niet omdat ik vliegangst heb (ik heb geen vliegangst) en denk dat we elk moment van “United 93” zullen doen. Niet omdat ik het niet kan uitstaan dat de mens voor me plotseling zijn zetel achterover kapt zodat mijn tafeltje in mijn middel wordt gekatapulteerd en mijn bekertje cola op mijn schoot terecht komt. Niet omdat ik me erger aan bleitende kinders (gelukkig is het bestek van plastic…). Niet omdat ik dacht dat Mexico maar 5 uurtjes vliegen was, terwijl het er in werkelijkheid 13 zijn (I know, I did some serious wishfull thinking :S). Niet om de man aan de infobalie op Zaventem die klaagde dat de mensen helemaal niet geinformeerd zijn en dat hij maar alles voor hen moet uitzoeken. *rolt met ogen: I don’t think he quite got the job description…*
Wel omdat ik niet in bezit ben van de decompressietool in mijn hoofd. Stijgen en landen zijn een hel. Ik heb het gevoel dat Geert Lambert op mijn hoofd gaan zitten is, terwijl het binnenin mijn hersenpan klinkt alsof een kabouter knalscheten aan het laten is. Joy!
Maar ‘t is niks hoor, ‘t is al over enzo. Daar blijven we niet voor thuis hoor :D
