Laatst ging ik Shoppen. Shoppen met een hoofdletter that is. Een halve dag congee und mit meine mutti de stad in, oh yes.
Eerst zijn we gaan eten. Uiteraard. Want Shoppen met een lege maag is als een cafe zonder bier, Bert zonder Ernie, mohito zonder munt, Quick zonder Flupke, Guy zonder spleetje, taart zonder kers, Calvin zonder Hobbles, zalm zonder neus, Hector zonder miaf, hamburger zonder Bickysaus, Ben zonder Jerry,… well, I guess you get the picture.
Anyways, onze strooptocht bleek zeer vruchtbaar te zijn (met dank aan de verkoopster van de winkel in H., for having een hoog ‘Trinny & Susannah‘ gehalte en het ons met dwingende blik en net geen fysiek geweld induwen van het paskotje).
Want, dames en heren, ik heb een kleedje gekocht. Jawel. Een kleedje. Ik. Sealion. Het meisje/halve jongen dat in de eerste kleuterklas de hele school bijeengilde omdat ze, na een ‘ongelukje’ (oepsie!), van zuster Lena (aka de terreurnon) een rokje moest dragen. Een Schots rokje dan nog. Met bijbehorende plastieken veiligheidspeld en kriebelende, wollen kousebroeken/broekkousen. Joy!
Och. Jeugd, trauma’s, you know the drill. Fact of the matter is dat ik daarna in 20 jaar slechts eenmaal een kleedje heb gedragen.
Dit:
*Crowd goes: ‘Oooh, zo schattig! Och ziet, en ze heeft een hoedje op!’ / ‘Oh ma gaud, zo fout! En dat hoedje! Aiaiai!’*
Anyhoe, Sealion goes Posh Spice deze keer. Dus de volgende party better be very deftig en al… Oe! Of disco! Want ik heb van M. een geweldige blouse gekregen, uit the good old days, met veel van die frullekes aan. Geweldig!
Oh, en die snotaap op de foto is mijn kleine broertje, die ik bij deze ook lekker te kakken heb gezet op het interweb. Ha! Gelukkig voor hem heeft deze blog evenveel lezers als een exemplaar van ‘Kerk en leven’ in de wachtkamer van een tattooshop.