Koken + Mad Men kijken met een predator op de loer.
Ik denk dat ik deze foto’s al eens eerder gepost heb maar ik ben te lui om dit op te zoeken ik vind ze niet meer terug. Er waait immers een stokje door blogland en de labrador in mezelf heeft dit professioneel uit de lucht geplukt.
Men schrijve 1989, eerste communie in de kapel van het Sint-Vincentiusinstituut van Dendermonde. Echte communiefoto’s, zo ergens midden februari getrokken, bibberend en met blauwe lipjes op het strand van pakweg Middelkerke, heb ik niet. Wij deden die hele fotoshoot gewoon een weekje op voorhand in onze living. Drie verschillende, fout gekadreerde foto’s op een kaartje plakken, naam en datum er onder pleuren en hopsakee, uitdelen maar.
Putting it mildly, ik was niet bepaald een fan van het kleedje. Van kleedjes en rokjes in het algemeen eigentlijk. Mijn ouders zijn er nog net in geslaagd me dit ene exemplaar te laten passen, daarna had ik er genoeg van en ben ik in het ruimteschip van de winkel gaan spelen. Jawel, een kinderklerenwinkel met een ruimteschip, hoe cool is dat wel niet!
Het hoedje en het vestje (met epauletten begot) hebben ze dan maar (uit wraak?) zelf gekozen, zonder passen. Ik was gelijk niet echt het roze frullenmeisje als kind. Sponsen broekskes met grasvlekken en blote benen vol schrammen en blauwe plekken waren meer my kind of thing. Het heeft zelfs tot mijn 24ste geduurd vooraleer ik nog eens een kleedje heb aangedaan.
Van de dag zelf herinner ik me niet zoveel meer. Behalve dat meneer pastoor een geweldig blinkende pletskop had en dat iedereen angstvallig zat te wachten tot Grietje R., (die niet tegen de geur van wierook kon), van hare sus zou draaien. En dat mijn vader rondreed met een vervangwagen. Een rode Ford waarvan het kinderslot niet werkte zodat ik als een grote madam en met veel geste, helemaal zelf kon uitstappen en al. Om dan met een slap Fabiola-handje te zwaaien naar mijn klasgenootjes. Ja hoor, poep en l’air, moi!
Wakker worden om half vijf ’s nachts. Naar toilet gaan. Bedenken dat uw onderbewustzijn de kater des huizes nog niet gehoord heeft sinds het avondeten. Terug in bed kruipen. Zuchten. Opnieuw opstaan. Er aan denken iets aan te trekken. Naar beneden wankelen. Het eerste paar schoenen (fietsschoenen) aantrekken dat je tegenkomt. Naar de garage tapdansen (ahja, klikpedalen). De garagepoort openen. Een ronkende de kater bevrijden. De kater knuffelen. Terug naar boven slenteren. De kater boven zijn etensbakje droppen. Opnieuw in bed kruipen.
Ikke dus.
