Een labrador die onmiddellijk, wild kwispelend naar je toestormt wanneer je zijn naam nog maar fluistert en je met aanbiddende blik overal volgt. Zo eentje die niet alleen kan zijn, en die tevreden is zolang hij maar deel uitmaakt van het gebeuren, wat dat ook moge wezen (mee op restaurant, mee in het pashokje, mee naar de garage, mee naar de brievenbus,… it’s all good in the hood!). Een labrador ook, die onmiddellijk weet welk koekje boter bevat en wat boecht van den Aldi is. En die je geduldig, met natte puppy eyes, kan aanstaren tot je toegeeft, en je hem het beste stukje van je entrecote offreert.

Een bordercollie, die elk geluid en elke beweging bij de buren gehoord en gezien heeft. Die zich onmiddellijk onder de omheining wurmt (want daar werkt zijn labrador alter ego wat in tegen), to check what they’re all on about.

Een Jack Russel, die zotjes door de tuin spurt, koprollen maakt en onvermoeibaar elk vallend blaadje probeert te vangen.

Een basset, die uren languit en vooral in de weg kan liggen. Schijnbaar bewusteloos liggen maffen, af en toe een lodderig oog openend om te checken of je nog wel aanwezig bent en zijn fluwelen oren wat te verleggen.

Maar soms, soms kan hij ook gewoon een echte kater zijn. Dan loopt hij met misprijzende blik de kamer uit wanneer je voluit meebrult met de radio; ligt hij met loensende blik en een groot, cirkelend ‘do not touch’ aura, midden in de zetel; brengt hij drie konijnen binnen om die rustig op te peuzelen, bij voorkeur op een wit, frisgewassen badmatje; ontploft hij tot een ragebol wanneer er een hond passeert; trippelt hij parmantig en luid spinnend over je toetsenbord wanneer je aan het werk bent; neemt hij onmiddellijk nadat je rechtstaat je plaats in de zetel in; tref je hem slapend aan in de linnenkast, tussen de propere handdoeken, met modderpoten.

En soms ook, komt hij helemaal niet onmiddellijk naar je toe als je roept. Soms loop je dan drie kwartier door de sneeuw rond het huis te ploeteren. Fluitend, belachelijke geluidjes makend, zijn naam, op een irritant hoog toontje, schreeuwend over de witte, bevroren (-8!) velden. En dan slaat je fantasie op hol en denk je dat hij ergens in een beek ligt, gedegradeerd tot ijsblokje. Of erger, gekidnapt door een oud vrouwtje. Zo eentje met een harige wrat op haar kin en een lelijke sjaal rond haar hoofd geknoopt. Gedoemd om tot in de eeuwigheid zijn dagen op een vensterbank, tussen haar naar mottenballen geurende gordijnen door te brengen. Gedaan konijntjes vangen en vrolijk huppelen door de weides. En je begint lichtjes te panikeren. Okselvijvers en klamme handjes all over the place.

Maar dan komt hij weer aangewaaid. Zich met een onschuldige, yet betekenisvolle blik naast de koelkast placerend.

Dus dat beloofd. Later. Wanneer ook wij koters fabriceren en die bereiken een leeftijd (34 of zo) waarop ze willen uitgaan. ‘s Avonds en alleen. Naar de scrabbleclub en al. Dan ben ik dus gedoemd om me telkens in coma te zuipen en zo de paniekaanvallen en waanvoorstellingen in te tomen.

Hypothetisch gezien dan. Want mijn kinders, die blijven liever bij hun mama natuurlijk.

This entry was posted on Tuesday, January 5th, 2010 at 9:33 pm and is filed under Hector, life as it is in general. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

  • Pages

  • I want that one!

  • Twitter