Wakker worden om half vijf ’s nachts. Naar toilet gaan. Bedenken dat uw onderbewustzijn de kater des huizes nog niet gehoord heeft sinds het avondeten. Terug in bed kruipen. Zuchten. Opnieuw opstaan. Er aan denken iets aan te trekken. Naar beneden wankelen. Het eerste paar schoenen (fietsschoenen) aantrekken dat je tegenkomt. Naar de garage tapdansen (ahja, klikpedalen). De garagepoort openen. Een ronkende de kater bevrijden. De kater knuffelen. Terug naar boven slenteren. De kater boven zijn etensbakje droppen. Opnieuw in bed kruipen.
Ikke dus.